Nieuwegein, 8 november 2010
Op basis van de discussies tijdens de behandeling van het Belastingplan en overige Fiscale maatregelen in de Tweede Kamercommissie van Financiën heeft SRA -vanuit de kwaliteitsgedachte en het slagen van Horizontaal toezicht binnen de aangifteketen- Commissieleden dringend en wederom verzocht een gerichte vrijstelling van contributies van beroepsverenigingen, in het bijzonder die van de belastingadviseurs, in te voeren in de werkkostenregeling.
De inhoud van het pleidooi luidt als volgt: Kantorenorganisatie SRA wil u graag via deze email proberen te overtuigen van de noodzaak van de gerichte vrijstelling. Alvorens de argumenten daartoe aan te geven, wijzen wij u er hier overigens ook op dat de contributie van SRA, Samenwerkende Registeraccountants en Accountants- Administratieconsulenten, zelf niets van doen heeft met de werkkostenregeling omdat het een lidmaatschap cq contributie op kantoorniveau betreft en niet voor de werknemers van de aangesloten kantoren geldt. Volgens SRA dienen de contributies van de beroepsorganisaties gericht vrijgesteld te zijn om een aantal redenen:
SRA heeft vanaf 2002 samen met het management van de Belastingdienst gewerkt aan de ontwikkeling van Horizontaal Toezicht. Daarbij wordt wederzijds gewerkt vanuit transparantie en vertrouwen
gebaseerd op het kwaliteitssysteem dat met name aan de zijde van de kantoren aanwezig is. Dit kwaliteitssysteem is gebaseerd op deskundigheid van de medewerkers en de werksystemen en kwaliteitsborging door de kantoren. De deskundigheid van de werknemers wordt daarbij geborgd door de beroepsverenigingen en dan met name hun lidmaatschapsvoorwaarden, Permanente Educatieverplichting en het daarbij behorende tuchtrecht. Indien en voor zover de medewerker zijn of haar lidmaatschap bij de beroepsvereniging zal beëindigen zal derhalve de borging van deze deskundigheid moeilijker worden.
Voor een medewerker is de contributie van een beroepsvereniging (tussen de € 700 en € 1.200 euro excl. BTW) een aanzienlijke uitgave. De nota wordt veelal door de werkgever vergoed of, zoals gebruikelijk rechtstreeks naar de werkgever gestuurd. Dergelijke kosten zullen de gehele vrije forfaitaire ruimte (1,4%) gebruiken. Uitgaande van nog andere noodzakelijke uitgaven zal de keuze derhalve worden om deze kosten buiten de werkkostenregeling te houden. Dit leidt dan tot een extra uitgave voor de werkgever van de loonheffing zodat de kosten met 80% stijgen. Dit kan er toe leiden dat werkgevers minder bereidheid tonen om deze kosten voor de werknemer te dragen zodat de werknemer in de positie komt om zijn lidmaatschap te beëindigen. Een dergelijke stap zal voor de kwaliteitsborging in het kader van Horizontaal Toezicht op termijn problematisch kunnen zijn.
Enerzijds wenst de overheid in te zetten op Horizontaal Toezicht, wenst men een zogenaamde “hardere en sterkere” aangifte keten te maken met alle partijen. Daartoe is het noodzakelijk dat de Belastingdienst,
kantoren en medewerkers met elkaar afspraken kunnen maken en vertrouwen op elkaars kwaliteit. Daarbij spelen de regels van de beroepsverenigingen een belangrijke rol. Een vereniging als SRA kan de kantoren voorzien van werkprogramma’s en kwaliteitbeheersingssystemen. De kantoren moeten hun medewerkers daarbij van deskundigheid voorzien. De toetsing en controle daarvan moet vastgelegd zijn.
De beroepsverenigingen met hun opleidings- en tuchtregels zijn daarbij van groot belang en bieden de kantoren, maar ook de overheid het vertrouwen dat noodzakelijk is voor de toepassing van Horizontaal Toezicht.
Ondanks dat het de contributie van SRA zelf niet aangaat, doen wij vanuit de kwaliteitsgedachte en het slagen van Horizontaal toezicht een dringend beroep op de politiek om goed na te denken over en de verstrekkende implicaties van de maatregelen in te zien.
Wat hierboven is beschreven voor de kwaliteitsbeheersing binnen de accountants- en advieskantoren geldt uiteraard ook voor andere beroepsgroepen waar de overheid zich mede baseert op de kwaliteitbeheersingssystemen van de markt. Het lijkt ons, SRA-kantoren, dan ook gewenst om de contributies van beroepsverenigingen in het algemeen gericht vrij te stellen. Het is naar de mening van de overheid van belang om kwaliteit zoveel mogelijk transparant en inzichtelijk te maken. Daartoe hebben de beroepsverenigingen een belangrijke taak. Het lidmaatschap van bijvoorbeeld de vereniging van Chiropractors geeft de markt enerzijds een kwaliteitsindruk maar anderzijds ook veelal de mogelijkheden van het tuchtrecht van de betreffende beroepsgroep.