Thuis in uw branche

Visie Ontwikkelingen accountancy

Brief van het SRA-bestuur aan de SRA-leden

  • Publicatiedatum: 19-09-2014

Vanzelfsprekend heeft u kennis genomen van de krantenartikelen over de schandalen en graaicultuur bij collega-kantoren, en over het imago van ‘de accountant’ en ‘het accountantsberoep’. In diezelfde kranten kon u ook al lezen over een deel van de ‘vertrouwelijke’ voorstellen van maatregelen voor de borging van kwaliteit en onafhankelijkheid van de professional, deze zomer geformuleerd door een werk/stuurgroep Toekomst Accountantsberoep.

De feiten schetsen een beeld van fraudeurs en graaiers. Dat beeld moeten we loskoppelen van de feitelijke problematiek.Aangezien een flink aantal leden –terecht- ongerust is over deze gedeeltelijke voorstellen die mede de toekomst van de SRA-accountant in het mkb kunnen bepalen, zien wij ons als SRA-bestuur genoodzaakt om u op de hoogte te stellen van onze visie. Met nadruk beklemtonen we dat wij niet specifiek willen ingaan op (delen van) voorstellen uit een rapport dat nog niet is gepubliceerd. Wel zetten wij graag onze visie uiteen op de ontwikkelingen zoals die zich nu voordoen en genoemd zijn in de pers. Want wat betekent nu het geweld in de pers voor een ‘gewone’ accountant, werkzaam in het Nederlandse mkb en aangesloten bij SRA?

Roep om kwaliteit

De probleemstelling rond het gemis aan vertrouwen in het beroep zoals die nu gepresenteerd wordt in de media, draait grofweg om twee zaken: in de eerste plaats heeft de toezichthouder geconstateerd dat de kwaliteit van werkzaamheden van de individuele professional (zeer) te wensen overlaat. Het maatschappelijke verkeer eist kwaliteitsverbetering en denkt daarvoor een oplossing te vinden in het anders organiseren van ‘kwaliteit’: in de tweede plaats moeten perverse financiële prikkels en de (daardoor) ontbrekende onafhankelijkheid van de professional worden weggenomen; verdienmodellen, beloningsstructuren en aansturing/toezicht bij de accountantskantoren moeten anders. Hiermee moet het vertrouwen in het beroep worden hersteld.

Het SRA-bestuur begrijpt en ondersteunt de roep om de (vaktechnische) kwaliteit in het beroep te verbeteren. Wij onderschrijven echter niet de genoemde oorzaken die ten grondslag zouden liggen aan het kwaliteitsgebrek.

Partnermodel

Om met het laatste punt te beginnen: Het partnermodel, ofwel ‘de maatschap van beroepsbeoefenaren die individueel een eigenstandige verantwoordelijkheid hebben voor de goede beroepsuitoefening van hen zelf, én een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid hebben voor het gezamenlijke goede functioneren als kantoor van professionals’, lijkt volgens de berichten in de media geen plek meer te kennen. Aangezien het SRA-bestuur begrijpt dat de voorstellen van de eerder genoemde werk/stuurgroep slechts zien op het OOB-segment en daarmee alleen gelden voor de grote kantoren [die juist reeds lang geleden afscheid hebben genomen van het –in het mkb gebruikelijke- maatschapsmodel], lijkt deze constatering zeer voorbarig.

De cultuur van de grote, internationale, veelal Angelsaksisch aangestuurde megakantoren (de meest winstgevende sector in Amerika is de accountantssector!, blijkt uit een recente analyse van Sageworks [Accountant.nl, 7 augustus 2014]) maakt dat het gelijkwaardigheidsprincipe tussen partners verdwenen is en plaats heeft gemaakt voor een eenzijdige gerichtheid op financieel rendement, gestuurd door hebzuchtig eigen belang. Zonder adequaat intern toezicht leidt dat maatschappelijk tot suboptimale posities, tot onverantwoorde afwenteling van risico’s en tot ontsporing. De checks en balances in de aansturing liggen echter in de mkb-praktijk compleet anders. In het mkb zorgt het partnermodel er juist voor dat er geen sprake kan zijn van financiële prikkels vanwege de gedeelde professionele, individuele verantwoordelijkheid: fouten worden immers ook in financiële zin afgestraft en gedeeld door alle partners. Dat is bij uitstek een hele belangrijke prikkel om te zorgen voor een goede gemeenschappelijke kwaliteit.

Samen Beter

Over het eerste punt, de kwaliteit van de werkzaamheden bij de SRA-kantoren, kunnen we kort zijn: die is gemiddeld gezien nog niet voldoende. De AFM heeft geconstateerd dat de kwaliteitsbeheersingssystemen functioneren, dat de plannings- en risicoanalysefases strak georganiseerd zijn maar dat het bij de uitvoering van de werkzaamheden door de externe accountant misgaat. Samen moeten we de verantwoordelijkheid nemen om de kwaliteit van de individuele professional bij de SRA-kantoren -of het nu gaat om controle- of samenstelpraktijk- te verbeteren. Daarom heeft het SRA-bestuur ingezet op het traject Samen Beter waarmee we in staat zijn om een leercirkel op te zetten. We hebben inmiddels de ervaring dat u dat goed en solidair oppakt.

Maar nu terug naar de centrale vraag: wat betekent dit geweld nu voor de ‘gewone’ mkb-accountant in Nederland, aangesloten bij SRA? Die gewone mkb-accountant heeft last van collega-kantoren als de kwaliteit niet goed is. Die gewone accountant heeft zijn/haar beroep -net zoals die gewone Nederlandse bankier of andere financiële dienstverlener- overstelpt zien worden met steeds meer regels, met steeds meer toezicht dat afgeleid werd van het toezicht op de mega-kantoren. En dat tijdens een hele forse financiële en economische crisis. Hoe staat die ontwikkeling in verhouding tot het belang van de accountant van de motor van BV Nederland (van de 375.000 ondernemingen met personeel zijn er slechts rond de 6000 beursgenoteerd)?

Wat vraagt het mkb

Vraagt de mkb-ondernemer om een accountant die steeds formeler wordt, steeds meer checklists moet invullen en steeds meer risicomijdend wordt? Of vraagt de mkb-ondernemer om een betrouwbare accountant die zorgt voor een betrouwbare financiële verslaglegging, om een toegewijd adviseur op het gebied van de boekhouding, de administratieve organisatie, de automatisering en de fiscaliteit, en die ook inzicht heeft in de markt waarin de ondernemer functioneert?

SRA-accountantskantoren (en hun cliënten) worden geconfronteerd met steeds hogere eisen die –schandaal na schandaal- vanuit de top van het beroep (NBA, AFM, Minister van Financiën, Tweede Kamer) met recht en rede uitgestort worden over het beroep. Probleem hierbij is dat er geen onderscheid gemaakt wordt naar ‘soort’ accountant of ‘soort’ kantoor: mega-kantoor of nationaal ‘gewoon’ mkb-kantoor. De persoonlijke verantwoordelijkheid van de accountant wordt vervangen door de kantoorverantwoordelijkheid. Het ‘professional judgement’ wordt vervangen door documentatie van overwegingen over mogelijke risico's. De kennis van de klant waarmee een jarenlange band is opgebouwd en waarvan ook de privé-situatie al jaren in beeld is, wordt uitgelegd als een ongewenste afhankelijkheid. Het is zelfs zover gekomen dat de accountant verplicht weer een regelexamen moet doen om weer deel te nemen aan het controleverkeer.

Freies Ermessen

Voor de obsessie van een risicoloze samenleving betalen we de prijs van een verstikkende regeldruk, die leidt tot suboptimale economische en maatschappelijke verhoudingen. Het remt de broodnodige creativiteit. Juist nu, vinden we als SRA-bestuur, moeten we blijven streven naar ‘open normen’ en een ‘coachende’ in plaats van ‘bestraffende’ uitvoerings- en toezichtsattitude. Het Freies Ermessen, dat de persoonlijke vaktechnische onafhankelijkheid  én de professionele verantwoordelijkheid van de accountant als uitgangspunt heeft, is wat ons betreft de basis van ons beroep, waarbij de individuele accountant de druk van zijn verantwoordelijkheid zelf moet voelen en niet moet kunnen afwentelen op de leiding van de organisatie of bureau vaktechniek.

SRA-kantoren hebben in de afgelopen 20 jaren een aanvaardbare kwaliteit op kantoorniveau opgebouwd met het vrijwillige reviewsysteem. Wel hebben we moeten constateren dat de uitvoering van de controlewerkzaamheden op onderdelen verbetering behoeft. Overwegend betekent dat niet dat jaarrekeningen van mkb-ondernemingen die gecontroleerd zijn door een SRA-kantoor een onbetrouwbaar beeld geven. Wel betekent het dat de controle volgens de normen verbetering behoeft.

Persoonlijke verantwoordelijkheid

Het SRA-bestuur wil zich daarvoor inzetten, maar dan ook twee kanten uit. De regelgeving voor het mkb moet vereenvoudigd worden, zodanig dat de accountant weer voldoende ruimte krijgt om zijn persoonlijke verantwoordelijkheid te nemen in een eerzame beroepsuitoefening. Werkt die accountant in een organisatie dan heeft die individuele accountant ook een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van zijn organisatie.

Natuurlijk moet de SRA-accountant zijn Freies Ermessen op professionele wijze en met de beste hulpmiddelen en technieken kunnen uitvoeren. Daarvoor kan de SRA-accountant altijd terugvallen op het gemeenschappelijke verenigingsbureau, de back office op vaktechnisch gebied, fiscaal, ICT of voor branchegegevens. Ook mogen er redelijke eisen gesteld worden aan de kwaliteit van die ‘gewone’ mkb-accountant en moeten excessen bestreden worden. Daar functioneert het tuchtrecht heel behoorlijk hoewel het overgrote deel van de klachtprocedures niet gaat over de controle op de jaarrekening. Die klachten gaan precies waarover zij moeten gaan namelijk de betrouwbaarheid van de accountant als financiële dienstverlener.

Revival 'gewone' accountant

Van groot belang vinden we het beeld van de ‘gewone’ mkb-accountant, de huisarts van het Nederlandse mkb. Betrouwbaar, doordrongen van zijn of haar maatschappelijke positie als vertrouwensman of -vrouw van het maatschappelijk verkeer en vertrouwensadviseur van de mkb-ondernemer. Verstand van zaken, hoge kwaliteit en toegevoegde waarde voor het economisch functioneren van het Nederlandse mkb. Het SRA-bestuur wil een tegengeluid laten horen dat op komt voor het Nederlandse mkb en haar dienstverleners die zelf ook tot dat mkb behoren. Het is tijd voor een revival van de ‘gewone’ mkb-accountant die wars is van perverse inkomens, megalomane investeringsdrift en sjoemelend gedrag! Een ‘gewone’ mkb-accountant die op een betrouwbare manier bezig is met een goede dienstverlening aan zijn klant en daardoor een belangrijke functie heeft in de nationale economie! Doet u mee?

Namens het SRA-bestuur,

P.C.J. Dinkgreve RA

Voorzitter

Vragen?

Heeft u vragen, neem dan contact met ons op:

T 030 656 60 60
E bestuur@sra.nl

SRA.nl maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Cookies accepteren