Vereenvoudiging inlenersaansprakelijkheid vanaf 2027

Vanaf 2027 kan de Belastingdienst eenvoudiger een inlener aansprakelijk stellen. De Belastingdienst krijgt dan de mogelijkheid om twee wettelijke vermoedens in te zetten.

Belastingdienst

Inlenersaansprakelijkheid

Een uitlener van arbeidskrachten moet loonbelasting, sociale verzekeringspremies en btw betalen over het uitlenen van die arbeidskrachten. Betaalt de uitlener niet, dan kan de Belastingdienst de inlener of doorlener aansprakelijk stellen.

Wettelijk vermoeden omvang aansprakelijkheid

Het eerste wettelijke vermoeden waar de Belastingdienst zich vanaf 2027 op kan beroepen, is het wettelijk vermoeden van de omvang van de aansprakelijkheidsschuld van de inlener of doorlener. Deze bedraagt 35% van het door de uitlener gefactureerde bedrag.

De Belastingdienst kan zich beroepen op deze omvang van de aansprakelijkheidsschuld zonder verder onderzoek te doen naar de werkelijke omvang.

Vermindering wettelijk vermoeden

Als inlener of doorlener kun je deze omvang van de aansprakelijkheidsschuld verminderen. Het bedrag dat je op de g-rekening van de uitlener stort, wordt namelijk in mindering gebracht op het wettelijke vermoeden van 35% van het gefactureerde bedrag. Als je dus 35% op de g-rekening van de uitlener stort, zou je in principe niet meer op grond van het wettelijke vermoeden aansprakelijk kunnen worden gesteld.

Let op! Er moet wel voldaan zijn alle vereiste administratieve voorwaarden voor het gebruik van de g-rekening. Is daar niet aan voldaan, dan kan de Belastingdienst de storting op de G-rekening negeren!

Wettelijk vermoeden uitlener

Op dit moment moet de Belastingdienst eerst stellen en bewijzen dat sprake is van inlening (en dus niet van aanneming van werk) voordat de inlener aansprakelijk kan worden gesteld.

Vanaf 2027 krijgt de Belastingdienst de mogelijkheid om zich te beroepen op het wettelijke vermoeden dat iedereen die is ingeschreven in het openbaar register van toegelaten uitzendondernemingen een uitlener is.

Belastingschuld hoger dan 35%

Als de Belastingdienst gebruikmaakt van het wettelijke vermoeden dat de aansprakelijkheidsschuld 35% van het gefactureerde bedrag is, kan de Belastingdienst je niet later alsnog voor een hoger bedrag aansprakelijk stellen. Ook niet als later blijkt dat de belastingschuld van de uitlener feitelijk hoger is dan 35% van het gefactureerde bedrag.

Let op! Beroept de Belastingdienst zich niet op het wettelijke vermoeden, dan kan de Belastingdienst je wel aansprakelijk stellen voor een hoger bedrag dan 35% van het gefactureerde bedrag als blijkt dat de belastingschuld hoger is. Aansprakelijk stellen voor een hoger bedrag kan ook als geen sprake blijkt te zijn van inlening maar van aanneming van werk.

Alleen voor schulden van tijdvakken vanaf 2027

De Belastingdienst kan de wettelijke vermoedens overigens pas inzetten voor belastingschulden die zien op tijdvakken vanaf 1 januari 2027.