Thuis in uw branche

Algemene voorwaarden in het Nederlands

Voor uw accountantspraktijk

SRA heeft voor de aangesloten kantoren Algemene voorwaarden laten ontwikkelen die voor de reguliere accountantspraktijk toepasbaar zijn.

Omschrijving

Algemene Voorwaarden SRA Nederlands

De Algemene voorwaarden in het Nederlands, geactualiseerd oktober 2020.

Prijs SRA-leden : gratis
Verschijning: direct beschikbaar
Download
Om te downloaden moet u ingelogd zijn   Registreer of Log in.

Inhoud

SRA heeft voor de aangesloten kantoren Algemene voorwaarden laten ontwikkelen die voor de reguliere accountantspraktijk toepasbaar zijn.

Uiteraard is het de eigen verantwoordelijkheid van het kantoor om te beoordelen of deze Algemene voorwaarden (gelet op de specifieke kantoorsituatie) bruikbaar zijn.

Deze Algemene voorwaarden zijn ook verkrijgbaar in het:

  • Duits (geactualiseerd oktober 2020)
  • Engels (geactualiseerd oktober 2020)

De Nederlandse versie is ook in gedrukte vorm te bestellen. Gratis!

Prijs

De Algemene voorwaarden, geactualiseerd in oktober 2020, zijn gratis te downloaden. De Nederlandse versie is ook in gedrukte vorm te bestellen. Gratis!

Toelichting

In het navolgende wordt kort toegelicht wat de belangrijkste aanpassingen zijn die in het nieuwe model (oktober 2020) van de algemene voorwaarden zijn opgenomen, of welke punten extra aandacht verdienen bij het gebruik van de voorwaarden. 

Artikel A lid 2
Deze bepaling bevat een beperking van aansprakelijkheid, in samenhang met lid 7 van artikel L. De beperking is bedoeld om een persoon die als werknemer, maat of vennoot aan een accountantspraktijk is verbonden te beschermen tegen een claim van een opdrachtgever. Let wel op dat ondanks deze beperking een beroepsbeoefenaar (accountant) die de opdracht feitelijk heeft uitgevoerd (dus in de hoedanigheid van maat, vennoot of werknemer) persoonlijk op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk kan zijn voor eventuele beroepsfouten. Het uitgangspunt in het recht is dat een beroepsbeoefenaar “de zorgvuldigheid dient te betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht”. Deze zorgvuldigheid is inherent aan het uitoefenen van het beroep en het is de vraag of deze aansprakelijkheid door middel van een beding in de algemene voorwaarden (helemaal) kan worden beperkt. Volledigheidshalve is wel van belang deze beperking op te nemen. 

Het blijft daarnaast relevant om te zorgen dat de beroepsaansprakelijkheidsverzekering van de accountant(spraktijk) de aansprakelijkheid van de medewerkers en daarmee dus van de feitelijk uitvoerenden goed dekt.  De verzekering moet alle werkzaamheden van de beroepsbeoefenaar dekken, ongeacht of de accountant wordt aangesproken op grond van contractuele of buitencontractuele grondslag. 

Artikel C lid 4
Gezien de afgelopen periode waarin sprake was en is van een pandemie, is duidelijk geworden dat veel partijen in de markt behoefte hebben aan het kunnen wijzigen van een overeenkomst als een onvoorziene omstandigheid zich voordoet. De bepaling biedt de opening en de verplichting om in overleg te zoeken naar een oplossing.

De wet biedt daarnaast de mogelijkheid aan de rechter om op vordering van een partij de gevolgen van een overeenkomst te wijzigen of een overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, als er onvoorziene omstandigheden zijn die van dien aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet mag verwachten dat de overeenkomst ongewijzigd in stand blijft. Dit betreft artikel 6:258 BW en zowel opdrachtnemer als opdrachtgever zouden daar een beroep op kunnen doen. Voor bestaande overeenkomsten zou dus nog zinvol kunnen zijn daar een beroep op te doen als dat nodig is vanwege COVID-19. Bij nieuwe overeenkomsten zal de huidige pandemie echter niet meer (zomaar) tot onvoorziene omstandigheden leiden. Vandaar dat wel een bredere mogelijkheid tot wijziging  bij de uitvoering van de overeenkomst is opgenomen in een nieuw lid 2 bij E.

Artikel E lid 2
Deze bepaling is opgenomen om accountants(kantoren) meer vrijheid te geven bij de invulling van de werkzaamheden, nu de huidige maatschappelijke situatie daar om vraagt. De wijze van uitvoering van werkzaamheden kan worden aangepast als  Om discussies daarover te voorkomen, en omdat een beroep op overmacht niet altijd mogelijk zal zijn, is deze bepaling toegevoegd.

Als de wijze waarop de werkzaamheden worden uitgevoerd door de aard van de werkzaamheden voor de opdrachtgever heel belangrijk zijn (bijvoorbeeld dat werkzaamheden ter plaatse en niet op afstand worden uitgevoerd), is het verstandig daar ook in de overeenkomst aandacht aan te besteden. Ook aan het punt dat dit gewijzigd kan worden op initiatief van de accountant/het accountantskantoor als opdrachtnemer.

Artikel E lid 4
Het advies is om ook in de hoofdtekst van de opdrachtbevestiging met de opdrachtgever een bepaling op te nemen over de kosten van een door de accountant in te schakelen derde, zeker als dat in de praktijk gebruikelijk is / veel voorkomt. 

Artikel E lid 6
Deze bepaling is toegevoegd om geen onduidelijkheid te laten bestaan over het steeds weer van toepassing zijn van de algemene voorwaarden op alle werkzaamheden die door de accountant/het accountantskantoor worden uitgevoerd. 

Met het oog op dit soort situaties is ook reeds de bepaling in B.1. opgenomen. Strikt genomen zijn en waren de voorwaarden dus ook van toepassing op de afzonderlijke opdrachten, als de algemene voorwaarden eenmaal van toepassing zijn verklaard en ter hand zijn gesteld. Maar het is bij algemene voorwaarden ook van belang geen onduidelijkheid voor de opdrachtgever te laten bestaan. Vandaar deze toevoeging.

Artikel F lid 1
Aan zowel lid 1 als lid 4 is een zinsnede toegevoegd met een expliciete verwijzing naar de nieuwe meldplicht inzake belastingadvies. Het betreft de Mandatory Disclosure Rules (MDR) of DAC6 (Richtlijn (EU) 2018/822). Deze richtlijn verplicht om informatie uit te wisselen over meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen. Aan de Belastingdienst moet in bepaalde omstandigheden een melding worden gedaan.

Volgens de Belastingdienst is het vanaf 1 januari 2021 mogelijk een melding doen in het gegevensportaal van de Belastingdienst. (Vanwege corona is de datum een halfjaar opgeschoven.)

Artikel G lid 3
Deze bepaling is inhoudelijk wat gewijzigd. Voorheen zag de bepaling op een gebruiksrecht voor software (inclusief programmatuur). De rechten van intellectuele eigendom hebben mogelijk echter een veel breder bereik dan alleen software, zodat het nu zo is verwoord dat er indien nodig een gebruiksrecht (= licentie) kan worden verleend. Hierbij kan gedacht worden aan het delen van een door Opdrachtnemer gemaakte presentatie. Juridisch gezien is daarvoor toestemming nodig. Het verlenen van een gebruiksrecht vergt wel steeds een actieve handeling.

Artikel H lid 1
Gezien de recente ontwikkelingen is dit voorbeeld toegevoegd. Maar let op: overmacht (in de zin van de wet) ziet op situaties waarin een prestatie echt feitelijk niet kan worden verricht. De situatie moet het je echt onmogelijk maken om na te komen – bemoeilijken is daarvoor niet voldoende. Om die reden is aan artikel C een lid 4 toegevoegd over wijziging van de overeenkomst en aan artikel E een nieuw lid 2 over de wijze uitvoering van de overeenkomst toegevoegd.

Artikel I algemeen
Ten aanzien van het artikel over het honorarium geldt dat de NBA in haar meest recente model (2017) van de algemene voorwaarden een bepaling heeft opgenomen over omzetbelasting (artikel 8 lid 5). Dit luidt: Indien dit wettelijk verplicht is dan wordt de omzetbelasting apart in rekening gebracht over alle door Opdrachtgever aan Opdrachtnemer verschuldigde bedragen.
Het is uiteraard wel mogelijk om dit als extra lid aan artikel I toe te voegen. Dat is echter niet noodzakelijk, omdat nu juist een wettelijke verplichting wordt benoemd (die dus ook in de wet staat). 

Artikel I lid 6 
Het advies is om ten aanzien van het moment van in rekening brengen van het honorarium (lid 6) ook een bepaling op te nemen in de hoofdtekst van de opdrachtbevestiging. 

Artikel I lid 7
Lid 7 bevat een bewijsbeding dat het voor de opdrachtnemer eenvoudiger maakt om aan te tonen welke werkzaamheden zijn verricht.

Een bewijsbeding in de algemene voorwaarden dat de bevoegdheid van een wederpartij om bewijs te leveren uitsluit of beperkt, is op grond van artikel 6:236 onder k BW aan te merken als een onredelijk bezwarend beding ten aanzien van consumenten. Het beding is in dat geval vernietigbaar. Als de klanten van een accountantskantoor dus ook consumenten zijn, moet er rekening mee worden gehouden dat een dergelijk beding relatief eenvoudig kan worden vernietigd.

Onder omstandigheden kan een bedrijf een bewijsbeding ook vernietigen. Voor zover het leveren van tegenbewijs mogelijk is, zal het bewijsbeding minder snel vernietigd worden. Vandaar dat gekozen is voor deze bewoording. Deze bepaling zal niet altijd stand houden (als de wederpartij er tenminste een punt van maakt).

Artikel J lid 2
Voor wat betreft b2b hoeft in principe geen ingebrekestelling te worden verstuurd met een betalingstermijn van 14 dagen om buitengerechtelijke kosten te kunnen vorderen. Er kan echter sprake zijn van een reflexwerking. Kort gezegd betekent dit dat kleine ondernemers (voornamelijk eenmanszaken) onder bepaalde omstandigheden kunnen worden beschouwd als ‘consument’ en daarom een beroep kunnen doen op de bescherming die de veertiendagenbrief aan consumenten biedt. 

Het is daarom verstandig om ook aan kleinere ondernemers een ingebrekestelling met een betalingstermijn van 14 dagen te sturen. Dan kunnen de buitengerechtelijke incassokosten in ieder geval gevorderd worden. 

Artikel J lid 6
De Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) maakt het mogelijk om een onderhands akkoord voor schuldeisers te laten afdwingen via de rechter. Dit is een nieuwe insolventieprocedure. Vandaar de toevoeging aan dit artikel.

De strekking van de WHOA is om er met alle schuldeisers uit te komen. De wet biedt daardoor ook mogelijkheden zoals een afkoelingsperiode om schuldeisers even te laten wachten. Aan de directe opeisbaarheid zal dus niet altijd meteen een gevolg kunnen worden verbonden, net als in andere insolventieprocedures.

Artikel L lid 1
In lid 1 is een maximumbedrag van € 300.000 opgenomen dat aan schadevergoeding kan worden gevorderd. Het is aan de gebruiker van het model van de voorwaarden (een opdrachtnemer) om te bepalen of dit voor zijn/haar praktijk een reëel schadebedrag is. Zo nodig kan dit naar beneden of naar boven worden bijgesteld, maar het moet wel zijn aan te merken als een redelijk maximum. Als een te laag bedrag wordt opgenomen, kan de bepaling immers voor vernietiging in aanmerking komen of buiten toepassing worden gelaten.

Artikel L lid 2
In lid 2 is aansprakelijkheid uitgezonderd voor ingeschakelde hulppersonen en voor bedrijfs-, indirecte of gevolgschade. Lid 2 zou als onredelijk bezwarend aangemerkt kunnen worden bij een overeenkomst met particulieren. Bij een overeenkomst met een rechtspersoon levert deze bepaling in beginsel geen beperking op die onredelijk is.

In artikel 12 van de Verordening Accountantsorganisatie is onder i van lid 1 opgenomen dat de organisatie zich dient te verzekeren voor werk van derden. Een verplichte verzekering betekent echter niet dat er dekking zal zijn. Vandaar dat deze bepaling is gehandhaafd in deze set algemene voorwaarden. 

Artikel L lid 7
In lid 7 is expliciet opgenomen dat alle beperkingen ten aanzien van de aansprakelijkheid van de opdrachtnemer ook gelden voor de feitelijk uitvoerenden. In dat kader geldt wat hiervoor al bij artikel A werd toegelicht: een feitelijk uitvoerende kan op grond van onrechtmatige daad rechtstreeks worden aangesproken. De aansprakelijkheidsbeperkingen die gelden voor het kantoor kunnen op grond van lid 7 ook worden ingeroepen door de feitelijke uitvoerende. Deze bepaling zou als onredelijk bezwarend kunnen worden aangemerkt ten opzichte van particulieren, maar het is uitdrukkelijk aan te bevelen om deze bepaling op te nemen.

Van groot belang is dat de beroepsaansprakelijkheidsverzekering ook dekking geeft bij een claim op grond van onrechtmatige daad jegens feitelijk uitvoerenden.

Artikel P lid 4
In dit artikel staat een bepaling die expliciet de ruimte overlaat aan de opdrachtgever om naast (of in plaats van) een civielrechtelijke procedure ook langs een andere weg zijn ‘recht’ te halen. Dat kan via het tuchtrecht voor accountants, of middels het indienen van een klacht bij de daartoe aangewezen instantie (zoals bij de Raad voor Geschillen, de Accountantskamer, of de opdrachtnemer). Het volgen van een tuchtrechtelijk of klachttraject kan overigens ook niet worden uitgesloten, maar deze bepaling maakt aan opdrachtgevers duidelijk dat er andere routes zijn dan die van geschilbeslechting via de civiele rechter. Van belang is de klachtprocedure binnen het eigen kantoor goed in te richten. SRA biedt daar op haar website ook een voorbeeld van aan.

SRA.nl maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Cookies accepteren