Thuis in uw branche

Algemene voorwaarden in het Nederlands

Voor uw accountantspraktijk

SRA heeft voor de aangesloten kantoren Algemene voorwaarden laten ontwikkelen die voor de reguliere accountantspraktijk toepasbaar zijn.

Omschrijving

Algemene Voorwaarden SRA Nederlands

De Algemene voorwaarden in het Nederlands, geactualiseerd juli 2019.

Prijs SRA-leden : gratis
Verschijning: direct beschikbaar
Download
Om te downloaden moet u ingelogd zijn   Registreer of Log in.

Inhoud

SRA heeft voor de aangesloten kantoren Algemene voorwaarden laten ontwikkelen die voor de reguliere accountantspraktijk toepasbaar zijn.

Uiteraard is het de eigen verantwoordelijkheid van het kantoor om te beoordelen of deze Algemene voorwaarden (gelet op de specifieke kantoorsituatie) bruikbaar zijn.

Deze Algemene voorwaarden zijn ook verkrijgbaar in het:

  • Duits (geactualiseerd juli 2019)
  • Engels (geactualiseerd juli 2019)

De Nederlandse versie is ook in gedrukte vorm te bestellen. Gratis!

Prijs

De Algemene voorwaarden, geactualiseerd in juli 2019, zijn gratis te downloaden. De Nederlandse versie is ook in gedrukte vorm te bestellen. Gratis!

Toelichting

In het navolgende wordt kort toegelicht wat de belangrijkste aanpassingen zijn die in het nieuwe model (juli 2019) van de algemene voorwaarden zijn opgenomen, of welke punten extra aandacht verdienen bij het gebruik van de voorwaarden.

Artikel A lid 2
Deze bepaling bevat een beperking van aansprakelijkheid, in samenhang met lid 7 van artikel L. De beperking is bedoeld om een persoon die als werknemer, maat of vennoot aan een accountantspraktijk is verbonden te beschermen tegen een claim van een opdrachtgever. Let wel op dat ondanks deze beperking een beroepsbeoefenaar (accountant) die de opdracht feitelijk heeft uitgevoerd (dus in de hoedanigheid van maat, vennoot of werknemer) persoonlijk op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk kan zijn voor eventuele beroepsfouten. Het uitgangspunt in het recht is dat een beroepsbeoefenaar “de zorgvuldigheid dient te betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht”. Deze zorgvuldigheid is inherent aan het uitoefenen van het beroep en het is de vraag of deze aansprakelijkheid door middel van een beding in de algemene voorwaarden (helemaal) kan worden beperkt. Volledigheidshalve is wel van belang deze beperking op te nemen. 

Het blijft daarnaast relevant om te zorgen dat de beroepsaansprakelijkheidsverzekering van de accountant(spraktijk) de aansprakelijkheid van de medewerkers en daarmee dus van de feitelijk uitvoerenden goed dekt.  De verzekering moet alle werkzaamheden van de beroepsbeoefenaar dekken, ongeacht of de accountant wordt aangesproken op grond van contractuele of buitencontractuele grondslag. 

Artikel E lid 3
Het advies is om ook in de hoofdtekst van de opdrachtbevestiging met de opdrachtgever een bepaling op te nemen over de kosten van een door de accountant in te schakelen derde, zeker als dat in de praktijk gebruikelijk is / veel voorkomt. 

Artikel F lid 5 en G lid 6
Aan deze bepalingen is toegevoegd dat wanneer een opdrachtnemer een boete vordert van de opdrachtgever, er niet alleen nog steeds aanspraak kan worden gemaakt op het (wettelijke) recht op schadevergoeding, maar dat de opdrachtgever ook nog steeds nakoming kan vorderen. Dat maakt het mogelijk om ook nog steeds betaling van werkzaamheden te vorderen, althans om te voorkomen dat daar discussie over ontstaat als een boete moet worden betaald.

Artikel H lid 2
In het vorige model bestond de mogelijkheid voor de opdrachtgever om direct en onmiddellijk op te zeggen. Nu hebben we een wachttermijn opgenomen, zodat in de bedoelde 14 dagen nog kan blijken of de overmacht zich weer oplost en de opdrachtgever niet direct tot opzegging kan overgaan.

Artikel I algemeen
Ten aanzien van het artikel over het honorarium geldt nog dat NBA in 2017 in het model van de algemene voorwaarden een bepaling heeft opgenomen over omzetbelasting (artikel 8 lid 5). Dit luidt: Indien dit wettelijk verplicht is dan wordt de omzetbelasting apart in rekening gebracht over alle door Opdrachtgever aan Opdrachtnemer verschuldigde bedragen.
Het is uiteraard wel mogelijk om dit als extra lid aan artikel I toe te voegen. Dat is echter niet noodzakelijk, omdat nu juist een wettelijke verplichting wordt benoemd (die dus ook in de wet staat). 

Artikel I lid 6 
Het advies is om ten aanzien van het moment van in rekening brengen van het honorarium (lid 6) ook een bepaling op te nemen in de hoofdtekst van de opdrachtbevestiging. 

Artikel I lid 7
Het nieuwe lid 7 bevat een bewijsbeding dat het voor de opdrachtnemer eenvoudiger maakt om aan te tonen welke werkzaamheden zijn verricht.

Een bewijsbeding in de algemene voorwaarden dat de bevoegdheid van een wederpartij om bewijs te leveren uitsluit of beperkt, is op grond van artikel 6:236 onder k BW aan te merken als een onredelijk bezwarend beding ten aanzien van consumenten. Het beding is in dat geval vernietigbaar. Als de klanten van een accountantskantoor dus ook consumenten zijn, moet er rekening mee worden gehouden dat een dergelijk beding relatief eenvoudig kan worden vernietigd.

Onder omstandigheden kan een bedrijf een bewijsbeding ook vernietigen. Voor zover het leveren van tegenbewijs mogelijk is, zal het bewijsbeding minder snel vernietigd worden. Vandaar dat gekozen is voor deze bewoording. Deze bepaling zal niet altijd stand houden (als de wederpartij er tenminste een punt van maakt).

Artikel J lid 2
Voor wat betreft b2b hoeft in principe geen ingebrekestelling te worden verstuurd met een betalingstermijn van 14 dagen om buitengerechtelijke kosten te kunnen vorderen. Er kan echter sprake zijn van een reflexwerking. Kort gezegd betekent dit dat kleine ondernemers (voornamelijk eenmanszaken) onder bepaalde omstandigheden kunnen worden beschouwd als ‘consument’ en daarom een beroep kunnen doen op de bescherming die de veertiendagenbrief aan consumenten biedt. 

Het is daarom verstandig om ook aan kleinere ondernemers een ingebrekestelling met een betalingstermijn van 14 dagen te sturen. Dan kunnen de buitengerechtelijke incassokosten in ieder geval gevorderd worden. 

Artikel L lid 1, 2 en 7
In lid 1 is een maximumbedrag van € 300.000 opgenomen dat aan schadevergoeding kan worden gevorderd. Het is aan de gebruiker van het model van de voorwaarden (een opdrachtnemer) om te bepalen of dit voor zijn/haar praktijk een reëel schadebedrag is. Zo nodig kan dit naar beneden of naar boven worden bijgesteld, maar het moet wel zijn aan te merken als een redelijk maximum. Als een te laag bedrag wordt opgenomen, kan de bepaling immers voor vernietiging in aanmerking komen of buiten toepassing worden gelaten.

In lid 2 is aansprakelijkheid uitgezonderd voor ingeschakelde hulppersonen en voor bedrijfs-, indirecte of gevolgschade. Lid 2 zou als onredelijk bezwarend aangemerkt kunnen worden bij een overeenkomst met particulieren. Bij een overeenkomst met een rechtspersoon levert deze bepaling in beginsel geen beperking op die onredelijk is. In artikel 12 van de Verordening Accountantsorganisatie is onder i van lid 1 opgenomen dat de organisatie zich dient te verzekeren voor werk van derden. Een verplichte verzekering betekent echter niet dat er dekking zal zijn. Vandaar dat deze bepaling is gehandhaafd in deze set algemene voorwaarden. 

In lid 7 is expliciet opgenomen dat alle beperkingen ten aanzien van de aansprakelijkheid van de opdrachtnemer ook gelden voor de feitelijk uitvoerenden. In dat kader geldt wat hiervoor al bij artikel A werd toegelicht: een feitelijk uitvoerende kan op grond van onrechtmatige daad rechtstreeks worden aangesproken. De aansprakelijkheidsbeperkingen die gelden voor het kantoor kunnen op grond van lid 7 ook worden ingeroepen door de feitelijke uitvoerende. Deze bepaling zou als onredelijk bezwarend kunnen worden aangemerkt ten opzichte van particulieren, maar het is uitdrukkelijk aan te bevelen om deze bepaling op te nemen.

Van groot belang is dat de beroepsaansprakelijkheidsverzekering ook dekking geeft bij een claim op grond van onrechtmatige daad jegens feitelijk uitvoerenden.

Artikel P lid 4
Aan dit artikel is een bepaling toegevoegd die expliciet de ruimte overlaat aan de opdrachtgever om naast (of in plaats van) een civielrechtelijke procedure ook langs een andere weg zijn ‘recht’ te halen. Dat kan via het tuchtrecht voor accountants, of middels het indienen van een klacht bij de daartoe aangewezen instantie (zoals bij de Raad voor Geschillen, de Accountantskamer, of de opdrachtnemer). Het volgen van een tuchtrechtelijk of klachttraject kan overigens ook niet worden uitgesloten, maar deze bepaling maakt aan opdrachtgevers duidelijk dat er andere routes zijn dan die van geschilbeslechting via de civiele rechter. Van belang is de klachtprocedure binnen het eigen kantoor goed in te richten. SRA biedt daar op haar website ook een voorbeeld van aan.

SRA.nl maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Cookies accepteren