Thuis in uw branche

Rentevergoeding

Selectie rechtspraak

Over box 3 is al veel jurisprudentie verschenen. Een selectie van deze jurisprudentie treft u hier aan. Daarbij hebben wij ons beperkt tot de jurisprudentie vanaf het arrest van 24 december 2021. In dit onderdeel zijn samenvattingen alsmede verwijzingen naar de hiervoor aangehaalde jurisprudentie te vinden.

  • Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 april 2024, BRE 212/5223, 21/5224 en 22/1498, ECLI:NL:RBZWB:2024:2188) en Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 april 2024, BRE 20/6587, ECLI:NL:RBZWB:2024:2191 
    De rechtbank kent belanghebbende daarom met overeenkomstige toepassing van artikel 8:73 van de Awb (oud) een schadevergoeding toe ter hoogte van de wettelijke rente over de periode tussen de datum van betaling van de in strijd met het EVRM geheven box 3-heffing en de datum van terugbetaling daarvan.

  • Rechtbank Den Haag, 12 maart 2024, SGR 22/7044, ECLI:NL:RBDHA:2024:3877 
    Rechtbank Den Haag oordeelt dat de belanghebbende recht heeft op een passende vergoeding van het rentenadeel dat hij als gevolg van de onverschuldigde betaling heeft gedaan nu tussen partijen niet in geschil is dat de box 3-heffing in strijd met het EVRM is geheven. De rechtbank kent deze vergoeding toe met toepassing van artikel 8:73 Awb.

  • Gerechtshof Den Haag, 23 januari 2024, BK23-28, ECLI:NL:GHDHA:2024:335 
    Het gerechtshof kent belanghebbende met overeenkomstige toepassing van artikel 8:73 van de Awb een schadevergoeding toe over de periode tussen de datum van betaling van de in strijd met het EVRM geheven box 3-heffing en de datum van terugbetaling daarvan.

  • Rechtbank Den Haag, 11 mei 2023, AWB-20_2791, ECLI:NL:RBDHA:2023:6840
    In deze uitspraak oordeelt de rechtbank dat de op rechtsherstel gerichte compensatie in beginsel dient aan te sluiten bij het werkelijk behaalde rendement. De bewijslast dat dit werkelijke rendement lager is dan het rendement berekend volgens het Besluit (of de Wet) rechtsherstel box 3 ligt in beginsel bij de belastingplichtige (de rechtbank verwijst hiervoor naar de uitspraak van Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 2 november 2022, 20/00499, ECLI:NL:GHSHE:2022:3806. Voor de berekening van het werkelijke rendement gaat de rechtbank uit van het werkelijke rendement op de bank- en spaartegoeden en het forfaitaire rendement op de overige bezittingen omdat de belastingplichtige voor deze laatste categorie niet in het bewijs is geslaagd dat het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement.
    De rechtbank oordeelt ook dat de belastingplichtige op grond van het Darby-arrest recht heeft op een passende vergoeding voor het verlies dat als gevolg van de onverschuldigde betaling van box 3-belasting is geleden. Voor de rentevoet en de periode waarover de rente berekend moet worden sluit de rechtbank aan bij de belastingrenteregeling (de rechtbank verwijst hiervoor naar de uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 januari 2023, 20/00258, 20/00259 en 21/00470, ECLI:NL:GHARL:2023:349. De rechtbank geeft ook nog aan dat een verwijzing naar de uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 7 februari 2023, 21/01004, ECLI:NL:GHARL:2023:1110 het oordeel niet anders maakt omdat in die casus de belastingplichtige al voldoende gecompenseerd was omdat het bij rechtsherstel berekende rendement lager was dan het werkelijke rendement.

  • Rechtbank Gelderland, 24 februari 2023, 21/02717, ECLI:NL:RBGEL:2023:953
    In deze uitspraak oordeelt de rechtbank dat op grond van artikel 30fe van de AWR geen belastingrente vergoed wordt over terugbetalingen van box 3-heffing. De rechtbank oordeelt verder dat aan de vraag of op andere gronden recht bestaat op rentevergoeding niet wordt toegekomen omdat in de verminderingsbeschikking geen voor bezwaar vatbare rentebeschikking is opgenomen (Hoge Raad, 28 januari 2022. ECLI:NL:HR:2022:89). Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld.

  • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 7 februari 2023, 21/01004, ECLI:NL:GHARL:2023:1110
    In deze casus was niet in geschil dat het werkelijke rendement hoger was dan het rendement berekend conform het Besluit rechtsherstel box 3. Het gerechtshof berekent dat de grondslag voor de heffing in box 3 in deze casus € 861 lager is dan het werkelijke rendement over het vermogen. Dit resulteert in een lagere belastingheffing over het vermogen van € 258 (30% x € 861). Het gerechtshof oordeelt dat met deze lagere heffing in dit geval al rechtsherstel is geboden voor een eventuele strijdigheid van het systeem van berekenen van belastingrente (te weten dat in een geval als dit geen belastingrente wordt vergoed) met het EVRM. Het gerechtshof verwijst daarbij nog naar Hoge Raad, 10 december 2021, 20/02304, ECLI:NL:HR:2021:1748, rechtsoverweging 4.2.2. Tegen deze uitspraak is beroep in cassatie ingesteld, waarin de belanghebbende echter geen beroep instelt tegen het oordeel van het gerechtshof over de rentevergoeding.. A-G M.R.T. Pauwels heeft in deze zaak, wel conclusie genomen (Conclusie A-G Pauwels, 22 december 2023, 23/00989, ECLI:NL:PHR:2023:1192 met gemeenschappelijke bijlage ECLI:NL:PHR:2023:1221). In de bijlage concludeert de A-G dat als het geboden rechtsherstel onvoldoende is om ook “the loss of value of money over time” te compenseren verder rechtsherstel kan plaatsvinden. Vrij vertaald moet een dusdanige compensatie worden gegeven dat herstel plaatsvindt naar de toestand die zou hebben bestaan zonder schending van het EVRM. Artikel 13 EVRM brengt met zich mee dat de belastingrechter dan wettelijke rente op grond van artikel 8:73 Awb kan vergoeden om in het rechtstekort te voorzien.

  • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 januari 2023, 20/00258, 20/00259 en 21/00470, ECLI:NL:GHARL:2023:349
    Zie de publicatie Rentevergoeding over te veel betaalde box 3-heffing (SRA-Nieuwsbank, 24 januari 2023). Tegen deze uitspraak is beroep in cassatie ingesteld. A-G M.R.T. Pauwels heeft in deze zaak conclusie genomen (Conclusie A-G Pauwels, 22 december 2023, 23/00771, ECLI:NL:PHR:2023:1191 met gemeenschappelijke bijlage ECLI:NL:PHR:2023:1221). In de bijlage concludeert de A-G dat als het geboden rechtsherstel onvoldoende is om ook “the loss of value of money over time” te compenseren verder rechtsherstel kan plaatsvinden. Vrij vertaald moet een dusdanige compensatie worden gegeven dat herstel plaatsvindt naar de toestand die zou hebben bestaan zonder schending van het EVRM. Artikel 13 EVRM brengt met zich mee dat de belastingrechter dan wettelijke rente op grond van artikel 8:73 Awb kan vergoeden om in het rechtstekort te voorzien. In de conclusie concludeert de A-G vervolgens dat het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden terecht rentevergoeding kon toekennen maar dat daarbij de wettelijke rente in plaats van het belastingrentepercentage als rentepercentage had moeten gelden.

Contact

Neem voor meer informatie contact op met:

Bureau Vaktechniek
E vaktechniek@sra.nl
T 030 656 60 60