Sla menu over
Kwaliteit die verbindt
  • Publicatiedatum:11-05-2026

Selectie rechtspraak massaal bezwaar plus procedure box 3

Op 20 mei 2022 oordeelde de Hoge Raad dat belastingplichtigen die te laat bezwaar maakten tegen aanslagen inkomstenbelasting vanaf 2017 (hierna: niet-bezwaarmakers), geen recht hebben op rechtsherstel box 3 naar aanleiding van het kerstarrest van 24 december 2021. Over de vraag of voor deze niet-bezwaarmakers toch recht bestaat op ambtshalve vermindering is een massaal bezwaar plus procedure gestart. Samen met de belangenorganisaties zijn vier proefprocedures geselecteerd die aan de rechter zijn voorgelegd. De rechtbankuitspraken in de proefprocedures zijn gedaan. Alle rechtbanken verklaarden de beroepen ongegrond. Inmiddels is in ieder geval bij twee procedures sprongcassatie ingesteld. In deze twee proefprocedures heeft AG Pauwels op 8 mei 2026 advies uitgebracht aan de Hoge Raad. Het advies is om niet-bezwaarmakers geen recht op teruggaaf van box 3-heffing over de jaren 2017 tot en met 2020 te geven naar aanleiding van het Kerstarrest. In de selectie rechtspraak zijn samenvattingen en verwijzingen naar de jurisprudentie inzake de massaal bezwaar plus procedure te vinden.

Hoge Raad

  • Hoge Raad, 20-5-2022, 21/04407, ECLI:NL:HR:2022:720
    Zie de publicatie Hoge Raad geeft geen rechtsherstel box 3 aan te late bezwaarmakers (SRA-Vaktechniek, 23 mei 2022).
  • Hoge Raad, 24-12-2021, 21/01243, ECLI:NL:2021:1963
    In het Kerstarrest oordeelde de Hoge Raad dat de forfaitaire box 3-heffing over de jaren 2017 en 2018 in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM. Om die reden werd in dat geval geoordeeld dat het box 3-inkomen moest worden verlaagd. Er moest worden uitgegaan van het werkelijke, lagere inkomen.
  • Hoge Raad, 14-6-2019, nr. 17/05606, ECLI:NL:HR:2019:816
    In dit arrest oordeelde de Hoge Raad dat de box 3-heffing in de jaren 2013 en 2014 op stelselniveau in strijd was met het Eerste Protocol bij het EVRM (artikel 1 EP). Concreet stelde de Hoge Raad dat op stelselniveau sprake was van schending van artikel 1 EP als het nominaal zonder (veel) risico’s gemiddelde haalbare rendement voor de jaren 2013 en 2014 lager was dan 1,2% (30% heffing over 4% forfaitair rendement). Over deze jaren was dat het geval. De Hoge Raad zag evenwel geen mogelijkheid om deze strijdigheid te herstellen en liet dit over aan de wetgever.

Proefprocedures

Contact

Neem voor meer informatie contact op met:

Bureau Vaktechniek
E vaktechniek@sra.nl
T 030 656 60 60