Thuis in uw branche

SRA-voorzitter Paul Dinkgreve geïnterviewd door Asset

  • Publicatiedatum: 29-11-2018

Studievereniging Asset | Accounting & Finance heeft SRA-voorzitter Paul Dinkgreve geïnterviewd. Hij vertelt onder meer over zijn loopbaan, vertrouwen in het accountancyberoep en verhouding tussen het verdienmodel en kwaliteit.

Kunt u wat over uzelf en uw functie bij SRA vertellen?

Paul DinkgreveIk ben Paul Dinkgreve (63), registeraccountant, voorzitter van SRA en partner bij JAN Accountants. Op jonge leeftijd ben ik al voor de leeuwen gegooid door mijn vader. Toen ik op mijn 19e klaar was met mijn studie ben ik namelijk gaan werken als docent bij de onderwijsinstellingen van mijn vader in Amsterdam. Daarnaast volgde ik nog de NIVRA Accountancy opleiding in de avonduren en het weekend. Een mede-docent van mij had een eigen accountantspraktijk en daar ben ik een samenwerking mee aangegaan. Toen hij overleed, ben ik alleen verder gegaan met de praktijk. Later is het bedrijf gefuseerd. Vanaf 2005 heet het officieel JAN Accountants, met momenteel 190 man aan personeel.

In 1989 werd vanuit het toenmalige NIVRA (huidige NBA) de SRA opgericht: Samenwerkende Registeraccountants. Later kwamen de Accountants-administratieconsulenten erbij. Dat was 'logisch' want door de commissie Van Grinten kregen de AA's dezelfde bevoegdheden als de RA's. SRA is een vereniging van accountantskantoren, waarin RA’s en AA's dus samenwerken.
 
SRA is ontstaan omdat accountantskantoren behoefte hadden aan ondersteuning bij zaken die de 'accountantspraktijk als onderneming' betroffen. Vanuit ondernemerschap dus, en de ambitie om als kleinere accountantskantoren de rol van vertrouwde financiële stavast en onafhankelijk accountant te vervullen voor ondernemers en al hun stakeholders. Door kennis te delen en gezamenlijk innovatief op te trekken, zijn SRA-kantoren in staat om ook groot te zijn in het leveren van duurzame kwaliteit. Op dit moment zijn 370 kantoren lid van SRA. Van de top 50 kantoren in Nederland zijn er 40 bij SRA aangesloten. Van de overblijvende 10 kantoren kunnen er negen (Big4 en Next5) geen lid worden van SRA omdat zij een OOB-vergunning hebben.

Na een eerste voorzittersperiode in de jaren negentig van de vorige eeuw, werd ik na een reorganisatie van de bestuurlijke structuur in 2008 teruggevraagd en herbenoemd tot voorzitter. Binnen SRA ben ik sinds 2000 ook lid van de Commissie Kwaliteit Vaktechniek. Tevens ben ik namens SRA lid van het hoofdbestuur MKB-Nederland en zit ik in het adviserend panel van de AFM. Daarnaast heb ik veel contact met het Ministerie van Financiën over het accountancydossier en toezichtsituaties. Tot slot zit ik in de NBA stuurgroep Publiek Belang, waarin naast SRA en NBA de bestuurders zitten van de grote kantoren met een Wta (OOB)-vergunning.

Hoe zit het met de verhouding tussen de Big Four/Next Five en SRA leden?

Als je naar marktaandelen binnen de wettelijke controlemarkt kijkt, dan wordt zo'n tweederde van alle wettelijke controleopdrachten uitgevoerd door de Big Four en Next Five; de overige 30% door de kantoren met een Wta-vergunning die bij SRA zijn aangesloten. Van de 370 SRA-kantoren hebben zo'n 190 leden een Wta-vergunning.

De wettelijke controlemarkt kun je verdelen in twee soorten opdrachten: de opdrachten uitgevoerd voor organisaties met een openbaar belang zoals banken, woningcorporaties, beursgenoteerde ondernemingen én opdrachten voor organisatie zonder openbaar belang, de zogenaamde niet-OOB-opdrachten. Het aantal OOB-opdrachten is verhoudingsgewijs stukken minder dan het aantal niet-OOB-opdrachten. Voor het uitvoeren van wettelijke controles moeten accountantskantoren over een Wta-vergunning beschikken, die de toezichthouder AFM verstrekt.

Alle kantoren met een Wta-vergunning (SRA, Big4, Next5) voeren opdrachten in het niet-OOB-segment uit. Dat hebben de SRA-kantoren dus gemeen met de andere kantoren. Hiervoor geldt dezelfde regelgeving. Voor het uitvoeren van OOB-opdrachten moeten accountantskantoren extra waarborgen treffen en geldt aanvullende wetgeving zoals bijvoorbeeld de roulatieplicht of scheiding controle/advies. Deze kantoren (de grote negen) vallen rechtstreeks onder toezicht van de AFM. Dat is in 2005 bij wet bepaald.

In die wet, de Wta, is ook bepaald dat de AFM voor haar toezicht moet steunen op de bestaande reviewsystemen in de markt. Daarom heeft SRA een convenant met de AFM en toetst een onafhankelijke Reviewcommissie de SRA-leden op het wettelijke controledomein. Je zou dat kunnen zien als een getrapte toets. De Reviewcommissie rapporteert aan de AFM en draagt “onvoldoende” kantoren over aan de AFM. De AFM kent overigens wel de bevoegdheid om zelf onderzoek te doen in ons segment zoals bijvoorbeeld in 2013 met een themaonderzoek, maar doet dat veel minder frequent als bij de grote Negen. Hier liggen wat ons betreft risico’s en daar zijn we over in gesprek met de AFM.

Naast de wettelijke controles, doen SRA-kantoren net zoals de grote negen ook veel samenstelopdrachten en andere dienstverlening. Deze domeinen toetst de onafhankelijke Reviewcommissie ook, in de accreditatie voor de beroepsorganisatie NBA. Zo zijn we als SRA in staat om alles in één samenhang te toetsen.

In september schreef u een artikel over het vertrouwen in het accountancyberoep. Kunt u nog even kort in gaan op de vraag; wie toetst de toetser?

Dat artikel was een reactie op een ander artikel, waarin de vraag gesteld werd of een vereniging als SRA wel een convenant met de AFM zou moeten kunnen hebben vanwege 'toetsing binnen eigen kring'. Zoals ik eerder vertelde, worden onze toetsingen uitgevoerd door een onafhankelijke Reviewcommissie, die op afstand staat van ons bestuur. Die toetsingen hebben we als eerste 'partij' in 1993 geïntroduceerd in de Nederlandse accountancysector. Dat systeem is vanuit politiek Den Haag erkent en aangewezen als model waarop de AFM moet steunen, bij invoering van de Wta. Vanaf 2006 heeft SRA een convenant met de AFM. Dat zegt toch wel wat.

Periodieke toetsing van de kwaliteit binnen het kantoor was en is voorwaarde voor lidmaatschap. SRA vindt het van belang om die kwaliteit centraal te stellen, daaraan te werken en indien nodig te verbeteren. Voor onszelf, maar nog meer voor al onze stakeholders. De lat daarvoor is onder meer een toets of het kantoor voldoet aan wet- en regelgeving. Wie dat het beste kan doen? Gezien ons beroep moet dat wel iemand zijn die alle ins and outs kent, op de hoogte is van alle wet- en regelgeving: it takes one to know one. Collega's van andere kantoren, net zoals dat overigens ook bij artsen of piloten gebeurt. Vervolgens ligt er een geheel ingericht, onafhankelijk systeem van bezwaar, beroep, afstemming met de AFM en dergelijke aan de toetsingen van de onafhankelijke Reviewcommissie ten grondslag. Wanneer een lid niet meer voldoet, dan pas komt de vereniging c.q. het bestuur in beeld.

In 1997/1998 heeft de beroepsorganisatie Verordeningen ingevoerd voor de collegiale toetsing. Het verzoek kwam of het SRA-reviewsysteem model mocht staan voor de invoering bij de beroepsorganisatie, waar wij mee akkoord gegaan zijn.

De NBA kent een Raad van Toezicht. SRA c.q. de Reviewcommissie is geaccrediteerd bij deze Raad. In dat kader voert de Reviewcommissie dus toetsingen uit bij de SRA-kantoren. Wij doen dat op de volledige dienstverlening, en kennen ook een fiscale review. Ook daar zijn we de eerste in. De niet-SRA leden worden rechtstreeks door de NBA getoetst.

Toch krijgen we elke keer de vraag, hoe onafhankelijk is het toetsingsinstrument? Laten we wel wezen, echte onafhankelijkheid bestaat niet. Wel moet een toetser net zoals een accountant zo onafhankelijk mogelijk zijn. Daarvoor hebben we ook een eed afgelegd, met als basis onze vijf fundamentele beginselen. Wie toetst nu de toetser, wie toetst de AFM? Ergens houdt het op. Je moet het ergens zo kunnen organiseren dat het lukt, met hier en daar een beetje vertrouwen.

In hoeverre beïnvloedt het verdienmodel van accountants de kwaliteit?

Ik begrijp je vraag, want de structuurmodellen zijn op dit moment een van de topics in de discussie over accountants. Wat je hoort is het extreme. In de politiek gaat het al snel over of we naar een audit only model toe moeten. Dat is een beetje de discussie die daaruit wordt afgeleid. Persoonlijk vind ik dit een zeer beperkte kijk en visie.

Er is nooit bewezen dat kwaliteitsverbetering ontstaat door de commercialiteit weg te halen. Juist door de combinatie controleren en adviseren ontstaat kennisverbreding en daarmee de mogelijkheid tot kwaliteitsverbetering. Dat geldt zeker voor het mkb-segment. De kennis die je opdoet in advieswerk, is natuurlijk belangrijk in controles. Het is een wisselwerking. Amerikaans onderzoek wijst uit dat het scheiden van advies en controle niet leidt tot een verbetering van kwaliteit, maar eerder andersom. Hier zou naar mijn idee veel meer onderzoek naar gedaan moeten worden, in ieder geval voordat er een keuze voor een bepaald model gemaakt wordt. Logischerwijs denkt men maar dat als we alleen de audit doen daarmee de onafhankelijkheid gewaarborgd wordt en dat het zo beter is. Daar ben ik het niet mee eens. Hier zit geen logica in. Onderzoek wijst het tegendeel uit.

Ook wordt het kostbaarder voor de onderneming omdat je de expertise moet inhuren, welke anders verweven zou zitten. Dat gaat goud geld kosten. Ik denk dat de multidisciplinaire aanpak te verkiezen is boven het op eilandjes gaan zitten. Uiteindelijk gaat dat niet werken. Ik vind het veel belangrijker dat er meer onderzoek gedaan moet worden om de mogelijk risicovolle situaties te identificeren en daar maatregelen voor te vinden. De Monitoring Commissie Accountancy zegt hetzelfde. Hoe je dit civielrechtelijk voor elkaar krijgt? Haal de risico’s naar boven en stel daar een beleid met interne beheersing voor op om te zorgen dat het risico minder wordt.

U bekleedt veel verschillende functies en wij kunnen ons voorstellen dat dit stressvol is. Hoe past dit binnen uw work/life balance?

Ik denk dat het wel meevalt. Natuurlijk ben ik weleens wat later thuis, maar als ik eenmaal thuis ben hoef ik echt niet altijd nog aan het werk. In het hele bedrijfsleven geldt: Je kunt heel veel doen als je goede mensen om je heen hebt. Als ik alles zelf zou moeten doen, dan gaat het niet lukken. Gelukkig heb ik genoeg mensen die mij ondersteunen en simpelweg goed zijn. Tevens is het een kwestie van goed organiseren, en dat doe ik ook. Daarmee houd je je work/life balance in de gaten. Als je het goed doet, ben je niet steeds dezelfde problemen aan het oplossen.

Mijn functies brengen vanzelfsprekend stress met zich mee. Maar zelf heb ik meer last van stress door privésituaties. Op het werk kun je maatregelen nemen om zaken (proberen) te beheersen en dan kun je de stress aan. Dit geldt niet altijd voor privésituaties. Wanneer je daarentegen op het werk dingen moet doen die je eigenlijk niet leuk vindt, dan kun je wel stress krijgen. Ik vind de meeste dingen gelukkig nog steeds leuk.

Tot slot, wat zou u studenten mee willen geven? Is het nog wel een aantrekkelijk beroep omdat het zo onder de aandacht staat?

Als een beroep onder de aandacht staat kun je het ook opvatten als "blijkbaar doen wij er toe". Dan kun je het juist zien als een belangrijk beroep. En dat blijkt natuurlijk ook uit onze rol en functie. Wij voegen geloofwaardigheid, betrouwbaarheid en zekerheid (in die vergrotende trap) toe aan financiële en niet-financiële verantwoordingen. Als een accountant bij de onderneming betrokken is, wordt daar in het economische verkeer waarde aan gehecht.

Zonder het toevoegen van geloofwaardigheid, betrouwbaarheid en zekerheid aan verantwoordingssituaties in het bedrijfsleven kan de economie niet draaien. Economie is geen exacte wetenschap, maar een gedragswetenschap. Ondernemers, toeleveranciers, afnemers, aandeelhouders, personeel, financiers of de Belastingdienst (stakeholders) willen weten of het mogelijk is om betrouwbaar zaken te doen. Wij voegen dat toe, in diverse vormen, zodat daarmee ook de economie beter kan functioneren. Een keuze voor accountancy is wat mij betreft dan ook een hele goede keuze.

Wat ik wel een belangrijk aandachtspunt vind, is dat er in de opleiding nog steeds weinig IT zit. Ik denk dat het voor elke student accountancy raadzaam is om ervoor te zorgen dat je veel meer aan je IT-kennis doet. Volg desnoods een hacker opleiding, dan weet je waar het probleem ligt. Bovendien gaan technologische ontwikkelingen verder en gaan  IT, data, AI een grote rol in ons werk spelen. Het is nodig om bij te blijven want hoe kun je anders met iemand uit de IT samenwerken?

Als je zelf ten minste een gesprekpartner bent van een IT'er, dan hoef je nog niet eens alle details te weten. Het is een apart vak aan het worden. De aardigheid is dat we een beroep kiezen waarbij IT-kennis belangrijk is om zo in ieder geval een gesprekspartner van een IT'er te zijn en daarnaast nog de kennis hebt van het beroep als accountant om dat goed te kunnen uitvoeren. Als je de accountancy in wilt en je hebt niks met IT, dan wordt het erg lastig. Zal onze rol en functie in de toekomst anders worden? Nee, maar de infrastructuur eromheen wel. De rol en functie, het toevoegen van geloofwaardigheid, betrouwbaarheid en zekerheid in welke vorm dan ook, blijft hetzelfde.

SRA.nl maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Cookies accepteren