Dossier SKM1
Naslag, cursusaanbod en nieuws
Er wordt een code naar je e-mailadres gestuurd. Om in te loggen vul je deze code in de volgende stap in.
Is jouw kantoor wel lid, maar heb je nog geen account? Klik hier om een account aan te vragen.
Er is een code naar je e-mailadres gestuurd. Om in te loggen, vul je deze hieronder in.
Bij een gefaseerde bedrijfsoverdracht kan de familievrijstelling overdrachtsbelasting van toepassing zijn. De Belastingdienst en de staatssecretaris vinden echter dat deze met terugwerkende kracht vervalt als sprake is van inbreng in een bv vóórdat de bedrijfsoverdracht geheel voltooid is. Houd hier rekening mee in de praktijk!
Bij overdracht van een onroerende zaak die behoort tot en dienstbaar is aan een IB-onderneming kan een vrijstelling overdrachtsbelasting van toepassing zijn (artikel 15, lid 1, onderdeel b, WBR). Voorwaarden zijn dat:
Als sprake is van een overdracht in fasen, kan de vrijstelling in iedere fase van toepassing zijn. Hierbij wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en staatssecretaris van mening zijn dat de vrijstelling dan voorwaardelijk is. In de praktijk wordt aan dit standpunt getwijfeld. De Hoge Raad heeft zich hier nog niet over uitgesproken.
De Belastingdienst stelt dat voor toepassing van de vrijstelling in fasen er een concreet overnameplan moet zijn waaruit blijkt dat de gehele onderneming uiteindelijk wordt overgedragen. Rechtbank Noord-Holland oordeelde in 2024 dat noch uit de wettekst noch uit de wetsgeschiedenis volgt dat een overnameplan vereist is. Overigens heeft de Belastingdienst in het verleden aangegeven dat het overnameplan ook kan blijken uit de considerans en overnamebepalingen in een vof-akte.
Als uiteindelijk toch niet de gehele onderneming wordt overgedragen, leidt dat naar het oordeel van de Belastingdienst en de staatssecretaris tot het vervallen van de vrijstelling met terugwerkende kracht. Zoals hiervoor al aangegeven, moet de Hoge Raad zich nog uitspreken over de vraag of de vrijstelling bij overdracht in fasen, voorwaardelijk is of niet.
Als de overgedragen onderneming of een deel daarvan (mede) wordt voorgezet door een verkrijger die niet kwalificeert voor de vrijstelling, is de vrijstelling (met terugwerkende kracht) niet (meer) van toepassing.
Een bv is in beginsel ook een niet-kwalificerende verkrijger. Dit zou betekenen dat bij inbreng van een verkregen onderneming in een bv direct of kort na de bedrijfsoverdracht, de vrijstelling met terugwerkende kracht niet van toepassing zou zijn.
In het besluit van 17 oktober 2024 (2024-10969) is echter een goedkeuring opgenomen. De vrijstelling is van toepassing bij verkrijging door een familielid (kwalificerende verkrijger) van de onderneming (met daarbij de onroerende zaak), gevolgd door inbreng van die onderneming in een bv, als dit familielid alle aandelen in de bv houdt.
Uit een kennisgroepstandpunt en antwoord op Kamervragen komt naar voren dat voornoemde goedkeuring niet geldt als inbreng in de bv plaatsvindt voordat de gefaseerde bedrijfsoverdracht helemaal voltooid is.
In de casus die voorgelegd is aan de kennisgroep brengt een kind zijn al verkregen aandeel in een bv in. De Belastingdienst en de staatssecretaris geven aan dat hierdoor de eerder toegepaste vrijstelling overdrachtsbelasting vervalt omdat niet meer kan worden voldaan aan de voorwaarde dat de onderneming in het geheel wordt voorgezet door het kind.
Houd er in de praktijk dus rekening mee dat tussentijdse inbreng in een bv naar het oordeel van de Belastingdienst en de staatssecretaris zal leiden tot het met terugwerkende kracht vervallen van de vrijstelling overdrachtsbelasting. Dit is niet het geval als inbreng in een bv pas plaatsvindt als de bedrijfsoverdracht volledig is voltooid en er voldaan wordt aan de voorwaarden uit het besluit.