Sla menu over
Kwaliteit die verbindt
  • Publicatiedatum:01-09-2026

SRA: laat verantwoordelijkheden accountant aansluiten op de WOR

SRA heeft gereageerd op de consultatie van de NBA-handreiking 1156 Toesturen accountantsverklaring in het kader van de Wet op de ondernemingsraden (WOR). We ondersteunen het initiatief om NBA Alert 46 om te zetten in een structurele handreiking over het toesturen van de controleverklaring aan de ondernemingsraad. Het biedt accountants nuttige guidance. Op enkele punten legt de concept-handreiking naar onze mening echter verantwoordelijkheden bij de accountant die niet rechtstreeks uit de wet voortvloeien.

Beeld corporate

SRA pleit er daarom voor de verantwoordelijkheden van de accountant nauw te laten aansluiten bij de tekst en systematiek van artikel 31a WOR. Vooral de passages over ondernemingen zonder ondernemingsraad en concerns met een gemeenschappelijke ondernemingsraad vragen om heroverweging en een nadere juridische onderbouwing. Wat vinden we concreet de NBA-voorstellen bij deze punten?

Geen aanvullende rol of verantwoordelijkheid

We hebben bedenkingen bij de voorgestelde rol van de accountant wanneer binnen een onderneming geen ondernemingsraad aanwezig is. Volgens de concept-handreiking zou de accountant het bestuur in dat geval moeten verzoeken belanghebbende werknemers te identificeren en één of meer werknemers aan te wijzen die namens de werknemers als ondernemingsraad optreden.

Naar onze mening van SRA ontbreekt voor deze actieve rol een expliciete wettelijke grondslag. De rol van de accountant zou daarom beperkt moeten blijven tot het vaststellen dat geen ondernemingsraad aanwezig is. De WOR verplicht de accountant in die situatie niet om alternatieve werknemersvertegenwoordigers te identificeren of te laten aanwijzen. Het opleggen van een aanvullende onderzoeks- of juridische verantwoordelijkheid zou de rol van de accountant verder uitbreiden dan de wet voorschrijft.

Verstrekken of niet?

Ook de voorgestelde werkwijze bij een gemeenschappelijke ondernemingsraad (GOR) roept vragen op. De concept-handreiking stelt dat de accountant bij een materiële onzekerheid over de continuïteit binnen een afzonderlijke groepsmaatschappij de controleverklaring bij de individuele jaarrekening aan de GOR verstrekt.

SRA vraagt zich af of deze conclusie rechtstreeks uit artikel 31a WOR volgt. Eerst moet worden vastgesteld welke jaarrekening op grond van dat artikel aan de GOR wordt verstrekt. Als alleen de geconsolideerde jaarrekening aan de GOR wordt aangeboden, betekent dit niet automatisch dat ook de afzonderlijke jaarrekeningen van groepsmaatschappijen, en de bijbehorende controleverklaringen, zelfstandig aan de GOR moeten worden toegestuurd. SRA vraagt de NBA daarom deze passage nader juridisch te onderbouwen en te toetsen aan de systematiek van artikel 31a WOR.

Toepasbaarheid in de praktijk

Naast deze twee punten hebben we de NBA vanwege een bredere toepasbaarheid van de handreiking in de praktijk onder andere gevraagd om:

  • de reikwijdte van de handreiking duidelijk af te bakenen (alleen gericht op een wettelijke controle zoals bedoeld in artikel 2:292 BW);
  • explicieter aandacht te besteden aan situaties waarin een continuïteitsvraagstuk leidt tot een oordeelonthouding of een afkeurend oordeel;
  • de verhouding tussen de wettelijke verplichting uit artikel 31a WOR en de geheimhoudingsplicht van de accountant duidelijker vast te leggen en af te bakenen;
  • terughoudend te zijn met de verwijzing naar het inwinnen van juridisch advies als gebruikelijke vervolgstap.

Meer weten?