Thuis in uw branche

Mislopen subsidie NOW door wijziging rechtsvorm?

FAQ’s van SRA-kantoren

  • Publicatiedatum: 7-5-2020
Factuur

Vraag van een SRA-kantoor: Een aantal klanten loopt de NOW-tegemoetkoming mis als gevolg van een rechtsvormwijziging die in het eerste kwartaal van 2020 haar beslag heeft gekregen (doorgaans met terugwerkende kracht tot 1 januari 2019 of 1 januari 2020).

Meestal gaat het bij een rechtsvormwijziging om een geruisloze inbreng van een IB-onderneming in een bv(-structuur) of een bedrijfsfusie (art. 14 Wet Vpb 1969). Het probleem daarbij is dat er geen referentieomzet in 2019 (of eventueel tot en met februari 2020) is en/of dat er geen SV-loonsom over januari 2020 of november 2019 is.

Daardoor bestaat volgens de letter van de beleidsregeling geen recht op de NOW-regeling. De omzet uit 2019 is namelijk niet aan de huidige onderneming toe te rekenen, zodat zich geen omzetdaling ten opzichte van 2019 heeft voorgedaan. Daarnaast zal deze onderneming mogelijk nog geen SV-loonsom over januari 2020 hebben. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft al op 9 april 2020 bevestigd dat door de wijziging in rechtsvorm inderdaad geen aanspraak op de NOW-regeling kan worden gemaakt. Dit werkt zeer onbevredigend uit en doet geen recht aan de uitgangspunten van de regeling, namelijk om zoveel mogelijk ondernemers die zijn getroffen door de coronacrisis te helpen.

Het een en ander klemt des te meer omdat tot de ochtend van 31 maart niet duidelijk was welke voorwaarden zouden worden verbonden aan de NOW-regeling. Rekening houdend met de 15-maandstermijn uit de geruisloze inbreng was voor die ondernemers 31 maart een fatale datum voor terugwerkende kracht naar 1 januari 2019. Vele inbrengen hebben hun beslag gekregen in maart 2020. Zouden die ondernemers hebben geweten van deze voorwaarde, dan zouden ze de inbreng niet hebben doorgezet.

Antwoord SRA-Bureau Vaktechniek

Om te beginnen moeten wij vaststellen dat in de officiële publicaties onduidelijk is hoe met deze situaties moet worden omgegaan. Voor zover bekend is in kamerstukken nog niet op deze kwestie ingegaan.

Het lijkt ons dat:

  1. bij een geruisloze inbreng met als overgangstijdstip 1 januari 2019 en oprichting van de bv per uiterlijk 31 maart 2020 de bv als zodanig wel omzet heeft over 2019. Krachtens de intentieovereenkomst, bekrachtiging bij oprichting en uiteraard de notariële akte komt de winst 2019 ook toe aan de bv. Vervolgens komt ondernemingsrechtelijk die winst over 2019 tot uitdrukking in het korte boekjaar 2020 of in het lange eerste boekjaar 2020/2021. Inderdaad is hiervoor geen oplossing benoemd, zoals dat overigens in de kern geldt voor alle situaties van overgang of overdracht van een onderneming. Wij vermoeden dat een nadere duiding zal volgen, temeer omdat deze situaties steeds vaker aan de orde worden gesteld
  2. het daadwerkelijke probleem hier uiteraard de terechte opmerking is dat de bv bij oprichting na 1 februari 2020 geen loonsom heeft over januari 2020 en evenmin over november 2019. Dan kom je dus bij gebrek aan een loonsom inderdaad niet toe aan een loonkostensubsidie krachtens de NOW. Dat is vervelend omdat de loonkosten over januari krachtens de voorovereenkomst wel voor rekening van de bv komen en uiteraard de loonkosten over maart tot en met mei ook. Wij hopen dat hiervoor een tegemoetkoming wordt gecreëerd.

Wilt u meer vragen en antwoorden over de steunmaatregelen, lees de SRA-Praktijkhandreiking Coronamaatregelen, frequently asked questions.

Wat betekent de uitbraak van het Coronavirus voor uw kantoor en uw klant? In ons uitgebreide Dossier Corona hebben we de belangrijkste informatie helder op een rij gezet.

SRA.nl maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Cookies accepteren