Dossier SKM1
Naslag, cursusaanbod en nieuws
Er wordt een code naar je e-mailadres gestuurd. Om in te loggen vul je deze code in de volgende stap in.
Is jouw kantoor wel lid, maar heb je nog geen account? Klik hier om een account aan te vragen.
Er is een code naar je e-mailadres gestuurd. Om in te loggen, vul je deze hieronder in.
De Eerste Kamer heeft de stemming over het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 uitgesteld in afwachting van de wijzigingen die hierop nog gaan plaatsvinden. De novelle hiervoor wordt op Prinsjesdag 2026 aan de Tweede Kamer aangeboden.
De Tweede Kamer stemde op12 februari 2026 in met het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3, een nieuw box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement dat in 2028 in zou moeten gaan.
Kort samengevat omvat het werkelijke rendement in deze wet zowel gerealiseerde als ongerealiseerde rendementen. Dit betekent dat naast de reguliere voordelen ook de jaarlijkse waardeontwikkelingen van bijvoorbeeld beleggingen tot het werkelijke rendement behoren. Voor deze vermogensaanwasbelasting geldt alleen een uitzondering voor onroerende zaken en aandelen in startups en scale-ups. Hiervoor geldt een vermogenswinstbelasting, waardoor (naast de reguliere voordelen) alleen het gerealiseerde rendement – bijvoorbeeld bij verkoop – tot het werkelijke rendement behoort.
Het leek erop dat er in de Eerste Kamer geen meerderheid zou komen voor het wetsvoorstel. De Minister van Financiën liet eind februari 2026 al weten dat hij het wetsvoorstel daarom wilde aanpassen. In een Kamerbrief van 19 juni 2026 heeft de Staatssecretaris van Financiën vervolgens laten weten de volgende opties te overwegen voor wijziging van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3:
De novelle wordt op Prinsjesdag 2026 aan de Tweede Kamer aangeboden. Deze moet de novelle daarna nog behandelen en daarover stemmen.
De Eerste Kamer heeft de stemming over het wetsvoorstel Wet Werkelijk rendement box 3 daarom uitgesteld tot na de behandeling van de novelle in de Eerste Kamer. De verwachting is dat de behandeling van die novelle in de Eerste Kamer in januari 2027 pas kan starten.
Vooralsnog lijkt het erop dat het kabinet er nog niet voor kiest om per 2028 al een vermogenswinstbelasting voor alle vermogensbestanddelen te introduceren. Het plan daarvoor blijft wel bestaan, maar het kabinet heeft aangegeven meer tijd daarvoor nodig te hebben.
Tijdens het debat op 30 juni 2026 in de Eerste Kamer zijn nog wel de volgende moties ingediend waarin de regering verzocht wordt om:
Dit artikel is afkomstig uit de SRA-Nieuwsbank, dé actuele informatiebron voor de klant van het SRA-accountantskantoor. Ben je lid van SRA en heb je nog geen abonnement op de Nieuwsbank? Kijk dan hier voor meer informatie.