Sla menu over
Kwaliteit die verbindt
  • Publicatiedatum:01-07-2026

Wet werkelijk rendement box 3 (voorlopig) nog niet aangenomen

De Eerste Kamer heeft de stemming over het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 uitgesteld in afwachting van de wijzigingen die hierop nog gaan plaatsvinden. De novelle hiervoor wordt op Prinsjesdag 2026 aan de Tweede Kamer aangeboden.

Juridisch

Wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3

De Tweede Kamer stemde op12 februari 2026 in met het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3, een nieuw box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement dat in 2028 in zou moeten gaan.

Kort samengevat omvat het werkelijke rendement in deze wet zowel gerealiseerde als ongerealiseerde rendementen. Dit betekent dat naast de reguliere voordelen ook de jaarlijkse waardeontwikkelingen van bijvoorbeeld beleggingen tot het werkelijke rendement behoren. Voor deze vermogensaanwasbelasting geldt alleen een uitzondering voor onroerende zaken en aandelen in startups en scale-ups. Hiervoor geldt een vermogenswinstbelasting, waardoor (naast de reguliere voordelen) alleen het gerealiseerde rendement – bijvoorbeeld bij verkoop – tot het werkelijke rendement behoort.

Opties wijzigingen wetsvoorstel

Het leek erop dat er in de Eerste Kamer geen meerderheid zou komen voor het wetsvoorstel. De Minister van Financiën liet eind februari 2026 al weten dat hij het wetsvoorstel daarom wilde aanpassen. In een Kamerbrief van 19 juni 2026 heeft de Staatssecretaris van Financiën vervolgens laten weten de volgende opties te overwegen voor wijziging van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3:

  • de mogelijkheid om één jaar achterwaartse verlies te verrekenen,
  • de mogelijkheid om de vermogenswinst op onroerende zaken en aandelen in startups en scale-ups door te schuiven bij huwen en scheiden,
  • introductie van een heffingskorting op inkomen uit groen beleggen,
  • het verlagen van het box 3-tarief van 36% naar 35%,
  • het verhogen van het heffingsvrije resultaat van € 1.800 naar € 1.900,
  • het aanpassen van de vermogenswinstbelasting die zou gaan gelden voor startende ondernemingen, naar een vermogenswinstbelasting voor gedefinieerde startups en scale-ups,
  • uitbreiden van de huidige vrijstelling voor NSW-landgoederen door de uitzondering voor gebouwde eigendommen te laten vervallen of het introduceren van een doorschuifregeling voor de vermogenswinst op NSW-landgoederen bij erven en schenken,
  • herinvoering van de partiële buitenlandse belastingplicht, waardoor buitenlandse werknemers onder voorwaarden gedurende de eerste jaren in Nederland geen belasting betalen over hun (buitenlandse) box 2 en box 3-inkomen,
  • introductie van een box 3-vrijstelling voor leningen van particulieren aan MKB-ondernemingen (de win-winlening).
Let op!

In augustus 2026 beslist het kabinet over deze opties. Een en ander zal mede afhangen van de budgettaire dekking en voorstellen op andere wetsvoorstellen/wetten waarover nog beslist moet worden. Op Prinsjesdag 2026 zal in een novelle op het wetsvoorstel een en ander bekend gemaakt worden.

Uitstel stemming in Eerste Kamer

De novelle wordt op Prinsjesdag 2026 aan de Tweede Kamer aangeboden. Deze moet de novelle daarna nog behandelen en daarover stemmen.

De Eerste Kamer heeft de stemming over het wetsvoorstel Wet Werkelijk rendement box 3 daarom uitgesteld tot na de behandeling van de novelle in de Eerste Kamer. De verwachting is dat de behandeling van die novelle in de Eerste Kamer in januari 2027 pas kan starten.

Nog geen volledige vermogenswinstbelasting

Vooralsnog lijkt het erop dat het kabinet er nog niet voor kiest om per 2028 al een vermogenswinstbelasting voor alle vermogensbestanddelen te introduceren. Het plan daarvoor blijft wel bestaan, maar het kabinet heeft aangegeven meer tijd daarvoor nodig te hebben.

Moties Eerste Kamer

Tijdens het debat op 30 juni 2026 in de Eerste Kamer zijn nog wel de volgende moties ingediend waarin de regering verzocht wordt om:

  • het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 in te trekken en te vervangen door een wetsvoorstel volledig gebaseerd op de vermogenswinstbelasting,
  • een rapport met de verwachte langetermijnopbrengsten uit de vermogenswinstbelasting op box 3-vastgoed met een onderzoek naar de mogelijkheden om de step-up op 1 januari 2028 te corrigeren voor inflatie en andere faire aanpassingen,
  • over te gaan tot een eenmalige verlaging van de box 2-belasting met 5% om zo de tijdelijke budgettaire tekorten in box 3 te dekken,
Let op!

De Eerste Kamer stemt op dinsdag 7 juli 2026 over deze moties, die overigens allemaal door de staatssecretaris ontraden worden.

Dit artikel is afkomstig uit de SRA-Nieuwsbank, dé actuele informatiebron voor de klant van het SRA-accountantskantoor. Ben je lid van SRA en heb je nog geen abonnement op de Nieuwsbank? Kijk dan hier voor meer informatie.