Sla menu over
Kwaliteit die verbindt
  • Publicatiedatum:27-06-2026

Box 3: een samenvatting van de massaalbezwaarplusprocedure box 3 niet-bezwaarmakers

De Hoge Raad wees op 24 december 2021 het zogenoemde Kerstarrest inzake box 3. Hoewel sindsdien al meerdere jaren zijn verstreken, is dit dossier nog lang niet gesloten. In deze samenvatting een overzicht van de stand van zaken bij de groep niet-bezwaarmakers.

Kerstarrest

In het Kerstarrest oordeelde de Hoge Raad dat de forfaitaire box 3-heffing over de jaren vanaf 2017 in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM. Om die reden werd in dat geval geoordeeld dat het box 3-inkomen moest worden verlaagd en dat moest worden uitgegaan van het werkelijke lagere inkomen.

Op 4 februari 2022 volgde een collectieve uitspraak op bezwaar in de massaalbezwaarprocedure voor de aanslagen inkomstenbelasting 2017 tot en met 2020, waarin alle bezwaarschriften die waren aangewezen als massaal bezwaar, gegrond werden verklaard.

Bezwaarmakers: Wet rechtsherstel box 3

Degene die op tijd bezwaar maakte tegen de box 3-heffing en degene van wie de aanslag inkomstenbelasting op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond, kregen rechtsherstel via het Besluit rechtsherstel box 3/de Wet rechtsherstel box 3. Zie voor meer informatie het een samenvatting met de belangrijkste wijzigingen rechtsherstel box 3 en het dossieronderdeel Rechtsherstel box 3.

Niet-bezwaarmakers: massaalbezwaarplusprocedure

Op 20 mei 2022 oordeelde de Hoge Raad dat belastingplichtigen die te laat bezwaar maakten tegen aanslagen inkomstenbelasting 2017 en 2018 (hierna: niet-bezwaarmakers), geen recht hebben op rechtsherstel box 3 naar aanleiding van het Kerstarrest van 24 december 2021. In een Kamerbrief van 20 september 2022 maakte de staatssecretaris definitief bekend geen gebruik te maken van de mogelijkheid om af te wijken van artikel 45aa, aanhef en onderdeel b, Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001. De groep niet-bezwaarmakers kreeg dus geen rechtsherstel box 3.

Na intensief overleg met Kamerleden, SRA en andere belangenorganisaties maakte de staatssecretaris op 4 november 2022 bekend voor de niet-bezwaarmakers een massaalbezwaarplusprocedure in te richten. De aanwijzing daarvoor is op 27 januari 2023 gepubliceerd (zie ook de Kamerbrief over aanwijzing massaal bezwaar plus 'niet-bezwaarmakers' box 3). In dit besluit zijn de rechtsvragen geformuleerd welke onder deze massaalbezwaarplusprocedure vallen. Samen met de belangenorganisaties zijn vier procedures geselecteerd die aan de rechter zijn voorgelegd. Deze zijn samen representatief voor alle niet-bezwaarmakers. In deze procedures wordt getracht om zo snel mogelijk een oordeel van de Hoge Raad te krijgen. Het gaat dan om de vraag of wellicht toch recht bestaat op ambtshalve vermindering.

De eerste, tweede en derde uitspraak in deze proefprocedures werden in 2025 gedaan.

Rechtbank Den Haag en rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarden in uitspraken van 26 juni 2025 respectievelijk 14 juli 2025 de beroepen ongegrond.

Rechtbank Noord-Holland verklaarde in een uitspraak van 14 oktober 2025 het beroep ook ongegrond. Tegen deze uitspraak is geen sprongcassatie, maar hoger beroep ingediend, omdat de benadering van de rechtbank volgens de koepels onzuiver is. De rechtbank oordeelt namelijk dat er geen belang is, omdat het werkelijke rendement hoger is dan het toenmalige wettelijke rendement. In de ogen van de koepels miskent de rechtbank hiermee de optie van de spaarvariant, die initiële bezwaarmakers wel konden gebruiken.

In de vierde proefprocedure heeft rechtbank Gelderland op 3 april 2026 het beroep ook ongegrond verklaard.

Tegen de uitspraken van rechtbank Den Haag en rechtbank Zeeland-West-Brabant is sprongcassatie ingesteld. In deze twee proefprocedures bracht AG Pauwels op 8 mei 2026 advies uit aan de Hoge Raad. Het advies was om niet-bezwaarmakers geen recht op teruggaaf van box 3-heffing over de jaren 2017 tot en met 2020 te geven naar aanleiding van het Kerstarrest.

Op 25 juni 2026 oordeelde de Hoge Raad in lijn met het advies dat een belastingaanslag waarbij voor de jaren 2017 tot en met 2020 te veel inkomstenbelasting in box 3 is geheven, niet hoeft te worden verminderd als die aanslag definitief is komen vast te staan vóór het zogenoemde Kerstarrest van de Hoge Raad van 24 december 2021. De Hoge Raad ziet geen reden om terug te komen op de uitspraak van mei 2022, ook niet op basis van de argumenten die eerder nog niet aan de orde waren gekomen. De Hoge Raad is van oordeel dat er ook geen sprake is van discriminatie ten opzichte van belastingplichtigen die wel op tijd bezwaar maakten. Ook het evenredigheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel zijn niet geschonden (Hoge Raad, 25-06-2026, 25/02700, ECLI:NL:HR:2026:907 en Hoge Raad, 25-06-2026, 25/02701, ECLI:NL:HR:2026:1013, zie ook de publicatie Hoge Raad stelt niet-bezwaarmakers box 3 in het ongelijk (SRA, 25 juni 2026) en Hoge Raad: niet-bezwaarmakers hebben geen recht op vermindering box 3-heffing over de jaren 2017-2020 (Hoge Raad, 25 juni 2026).

Deze twee uitspraken van 25 juni 2026 zijn niet alleen van belang voor de betreffende belastingplichtigen, maar voor elke belastingplichtigen die is aangesloten bij de MB+-procedure.

Let op!

Dit betekent dat deze belastingplichtigen voor de jaren waarvoor zijn onder de MB+-procedure vallen ook geen beroep kunnen doen op de tegenbewijsregeling box 3. Als deze MB+-procedure positief was afgelopen, hadden de niet-bezwaarmakers ook hierop een beroep kunnen doen. Dat is nu dus ook van de baan.

Andere informatie over box 3

In het dossier box 3 is informatie te vinden over box 3. Zo is in elk van de volgende dossieronderdelen onder meer een samenvatting met de belangrijkste verwijzingen opgenomen, het laatste nieuws en verwijzingen naar publicaties van SRA:

Tip!

Alles over box 3 overzichtelijk bij elkaar? Ga naar ons Dossier box 3.

Contact

Neem voor meer informatie contact op met:

Bureau Vaktechniek
E vaktechniek@sra.nl
T 030 656 60 60