Dossier SKM1
Naslag, cursusaanbod en nieuws
Er wordt een code naar je e-mailadres gestuurd. Om in te loggen vul je deze code in de volgende stap in.
Is jouw kantoor wel lid, maar heb je nog geen account? Klik hier om een account aan te vragen.
Er is een code naar je e-mailadres gestuurd. Om in te loggen, vul je deze hieronder in.
In onze sector wordt de laatste tijd veel gesproken over ‘regeldruk’. Op wetgevend vlak zijn veel instanties actief, waarbij het maatschappelijk draagvlak van een initiatief soms zwaarder lijkt te wegen dan de uitvoerbaarheid van de betreffende wetgeving.
Ook zien we inmiddels enkele jaren een terugloop in starters. Het roept in ieder geval bij mij weleens de vraag op of hier een verband ligt. Hebben we dan zoveel meer wet- en regelgeving? Of is de wet- en regelgeving onvoldoende gemotiveerd? Of is er wellicht iets anders aan de hand?
Enige tijd geleden werd door de NOS gemeld dat in de formatie is onderhandeld over onderwerpen zonder dat de onderhandelaars wisten waarover ze onderhandelden. Het gevaar van slechte wetgeving ligt dan op de loer.
Die opmerking verdient wel enige nuance, deze onderhandelaars maken de wetten niet. Het stelt de wetgevende macht mogelijk wel de verplichting uitvoering te geven aan een dergelijke belofte. Ook Europese richtlijnen moeten in dit verband worden genoemd. Het tempo waarmee ‘Europa’ initiatieven kan lanceren, is qua implementatie (dus op nationaal gebied) soms maar moeilijk bij te benen. Recentelijk is ook gebleken dat langer bestaande wetgeving ons opnieuw hoofdbrekens bezorgt, denk bijvoorbeeld aan de hypotheekrenteaftrek. Als werkveld is het mede onze taak om te waken dat ‘de wet’ werkt en juist kan worden uitgevoerd.
Wetgeving lijkt steeds vaker te worden ingezet als instrument om snel maatschappelijke of politieke signalen af te geven. Begrijpelijk – maatschappelijke druk vraagt om duidelijke actie. Een wetsvoorstel of initiatiefwetsvoorstel is echter geen gepaste invulling van een politieke agenda (dat wil zeggen een wetsvoorstel moet wel gedragen kunnen worden). De polarisatie en versplintering die daarbij gaande zijn, leveren hier ook geen positieve bijdrage aan.
Als werkveld is het aan ons om te waken dat wetgeving op zijn minst proportioneel blijft. Als kantorenorganisatie is SRA juist daar van toegevoegde waarde. Aan de young professional ook de taak om te signaleren waar wetgeving knelt, juist voor degenen die in de uitvoering zitten. Een duidelijke trend is onder andere toenemende compliance. Grote initiatieven kunnen daarbij tot ‘nevenschade’ bij het mkb leiden. Ook is duidelijk dat sancties en aansprakelijkstellingen steeds vaker voorkomen.
In een ideale wereld ontstaat in een fase als deze het initiatief voor een grotere vernieuwing in (belasting)wetgeving. Als we kijken naar de vernieuwingen van bijvoorbeeld de inkomstenbelasting, dan zou een nieuwe wet aanstaande moeten zijn. Zeker nu de wereld zo drastisch verandert als vandaag de dag.
Die verandering is nu juist waar de young professional onderscheidend kan zijn, mede door de inzet van AI. Daarin ligt een mooie samenloop voor de young professional en de senior. De ervaring van de senior in de interpretatie van wet- en regelgeving, en de innovatiekracht die een young professional kan inzetten vanuit AI.
In de bredere maatschappelijke discussie zijn politieke daadkracht en breed gedragen wetgeving van belang. Vanuit de Young Board vinden wij het van het belang dat wet- en regelgeving proportioneel en goed uitvoerbaar blijft. Op fiscaal vlak is duidelijk merkbaar dat de wet structureel moet worden bijgestuurd vanuit ontwikkelingen in de echte wereld, denk bijvoorbeeld aan het verwerken van een cryptowallet waar de key van kwijt en/of vergeten is. De steeds verder groeiende hoeveelheid reparatiewetgeving laat ook zien dat de wet niet langer op alle vlakken zonder meer uitwerkt zoals oorspronkelijk beoogd.
Onze wetgeving is duidelijk aan verjonging toe, maar tegelijkertijd moeten we er begrip voor hebben dat de wereld steeds meer op elkaar aansluit. Het vraagt van de politiek een duidelijke richting, maar het betekent dat ook wij als werkveld kritisch moeten blijven op het doel van de wetgeving.
Mijn oproep is daarom ook aan eenieder, maar in het bijzonder aan de young professional (die hopelijk nog jaren in het vak actief is): blijf kritisch denken en durf te spreken wanneer een bepaalde wet of ontwikkeling je zorgen baart. Doordachte wetgeving is geen luxe – het is een randvoorwaarde voor een goed functionerend stelsel én voor een aantrekkelijke beroepspraktijk. Samen zorgen we voor betere wetgeving!
Martijn Kemperman
SRA Young Board
Dit is de zesde column van het SRA Young Board in een reeks. Circa elke maand publiceert het Young Board een nieuwe column.